Dit jaar ontwikkelt de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, in samenwerking met conservator-restaurator Marijn de Valk, de Universal Procedure for Library Assessment (UPLA), een model voor schaderegistratie op collectieniveau.

Via maandelijkse updates brengen we u op de hoogte van de opzet van het model. In dit viijfde bericht hebben we aandacht voor de competenties die nodig zijn voor het uitvoeren van een betrouwbaar UPLA-onderzoek.

Registratie door eigen medewerkers

In tegenstelling tot het UPAA-model voor archieven, waar elke schaderegistratie wordt uitgevoerd door een team van restauratoren dat gespecialiseerd is in dit werk, zal een UPLA-schaderegistratie uitgevoerd kunnen worden door de eigen medewerkers van de erfgoedbibliotheken. De sector heeft immers behoefte aan een praktische, snelle scan voor een beperkt budget.

Opdat we in een later stadium de verschillende collecties onderling moeten kunnen vergelijken en bundelen in een ‘Vlaams schaderegister’ zijn zo uniform mogelijke onderzoeksresultaten noodzakelijk. Dit schaderegister kan een bijdrage leveren aan een meer efficiënt conserveringsbeleid in de toekomst. Daarom is het van belang dat alle onderzoekers in de verschillende instellingen de schades binnen de UPLA-methode zoveel mogelijk hetzelfde beoordelen.

Geen experten

De eigen medewerkers zullen in de regel geen restauratoren zijn. Wellicht worden hiervoor personeelsleden ingeschakeld die in hun dagelijkse werk niet direct met het behoud en beheer van de collectie in aanraking komen. Uit het onderzoek ‘De wet van de remmende achterstand’[bib]2544[/bib] blijkt dat slechts negen van de bevraagde instellingen een coördinator heeft die verantwoordelijk is voor de preserverende en conserverende activiteiten en dat slechts drie instellingen beschikken over een afdeling behoud en beheer. Veel instellingen proberen dit gebrek aan medewerkers op te vangen door vrijwilligers in te schakelen. Meer kennis rond de conservering van de collectie is dan ook een duidelijke wens.

Vorming en begeleiding

Een UPLA-onderzoek zal daarom voorafgegaan worden door een vormingstraject van enkele dagen. Een goede schaderegistratie wordt bovendien door een deskundige begeleid. Op deze manier wordt tevens de bewustwording en kennis rond het materiaal en de voorkomende schades in de instelling vergroot.

Ook zal de UPLA-handleiding rekening houden met het feit dat de schaderegistratie uitgevoerd moet kunnen worden door leken. Moeilijke vaktermen worden vermeden en de genoemde schades worden geïllustreerd met veel foto’s.

Competenties

Naast een tijdsinvestering van de instelling van (naar verwachting) drie personen gedurende zes dagen, worden er ook bepaalde competenties gevraagd van de medewerkers. In principe komt elke medewerker binnen een bibliotheek in aanmerking voor het uitvoeren van de screening. Enige affiniteit met de collectie en haar behoud moet vanzelfsprekend aanwezig zijn.

De juiste attitudes zijn belangrijker dan de benodigde (voor)kennis. Om de beoogde uniformiteit en kwaliteit van de uitgevoerde onderzoeken te waarborgen, kunnen deze als volgt worden samengevat:Joan Blaeu, Geographie Blauiane, Amsterdam, 1663 | © Vlaamse Erfgoedbibliotheek – Fotografie: Stefan Tavernier

  • Dienstbaar zijn aan het model en de materie
  • Routinematig kunnen werken
  • Nauwkeurig zijn
  • Kunnen samenwerken in een klein team
  • Verantwoordelijkheidszin hebben
  • Gericht zijn op het eindresultaat van een afgerond onderzoek van 300 steekproeven
  • Verantwoording afleggen aan de deskundige die het onderzoek begeleidt

Na het afronden van de voorbereidende cursus zullen de medewerkers:

  • De UPLA-methode accuraat kunnen toepassen (uitzetten van de 300 steekproeven en consequent beoordelen van de schades volgens het model)
  • Kennis hebben van de materialen papier, leer, perkament en linnen
  • Kennis hebben van de boekterminologie
  • Kennis hebben van de schadevormen van deze materialen en schades aan boekconstructies
  • Kennis hebben van de catalogus en de ordening van de boeken
  • Boeken en aanverwant materiaal volgens de regels en zonder risico op schade kunnen hanteren

Draagvlak

Voor het uitvoeren van een UPLA-onderzoek is draagvlak nodig binnen een instelling. Het is aan te bevelen dat van de drie mensen die de screening uitvoeren, er minstens één persoon bekend is met de collectie. Dit kan een conservator of bibliothecaris zijn. Ook in kleinere organisaties, waar het niet tot de mogelijkheden behoort iemand in deze functie vrij te maken, kan een UPLA-onderzoek uitgevoerd worden. Het consequent beantwoorden van de vragen is in alle gevallen de beste garantie op een betrouwbaar eindresultaat.