UPLA Update [4] Schadevormen
29/04/2013
29/04/2013
Dit jaar ontwikkelt de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, in samenwerking met conservator-restaurator Marijn de Valk, de Universal Procedure for Library Assessment (UPLA), een model voor schaderegistratie op collectieniveau.
Via maandelijkse updates brengen we u op de hoogte van de opzet van het model. In dit vierde bericht hebben we aandacht voor de schadevormen die geregistreerd zullen worden.
Het nieuwe UPLA-model voor bibliotheken is een aanpassing van het bestaande schaderegistatiemodel voor archieven (UPAA). De schadevormen waarop wordt gelet bij de beoordeling van een archief zijn immers niet helemaal van toepassing op bibliotheekcollecties. Er ontbreekt een aantal elementen. Een collectiesurvey in een archief schenkt bijvoorbeeld heel weinig aandacht aan de boekband. Daarnaast richt UPAA zich helemaal op papier, terwijl in bibliotheken andere materialen zoals linnen, leer en perkament veelvuldig voorkomen.
Bovendien is er een fundamenteler verschil. Archieven hebben een wettelijke bewaarfunctie. UPAA neemt dan ook de raadpleegbaarheid van een stuk als leidraad. Een archiefstuk dient consulteerbaar te zijn. Natuurlijk is het belangrijk dat ook boeken raadpleegbaar zijn, maar dit is niet het enige criterium waarop de materiele staat van een boek beoordeeld mag worden. Boeken en boekbanden hebben ook een representatieve waarde. Ook zichtbibliotheken verdienen behoud en dus een schaderegistratie. Raadpleegbaarheid mag daarom niet het enige criterium zijn waarop een boek beoordeeld wordt.
Naast de raadpleegbaarheid voegt UPLA de (in)stabiliteit van de schadebeelden toe als bijkomend criterium. Met (in)stabiliteit wordt bedoeld of de schade uit zichzelf toeneemt.
UPLA zal aangeven hoeveel procent van een collectie stelselmatig vervalt als er geen maatregelen worden genomen (zelfs als men de collectie niet raadpleegt). Het kan hierbij gaan om schadevormen als verzuring, actieve schimmel en rode rot van leer.
De kwalificatie ‘instabiliteit’ zal informatie leveren voor beleidsmakers en duidelijk de noodzaak tot handelen aangeven. De instabiliteit heeft veel raakvlakken met het begrip 'autonoom verval' zoals het Nederlandse programma Metamorfoze dit hanteert, hoewel het breder is en meer schadevormen omvat.
Een tweede uitbreiding van UPLA ten opzicht van het UPAA-model is de manier om de schade te beoordelen. In UPAA moet een beoordelaar de omvang van de schade bepalen in relatie tot de raadpleegbaarheid. De ernst van de schade en de invloed van toekomstige raadpleging(en) zijn in één beslismoment gevangen.
In UPLA wordt dit gescheiden. In een eerste stap wordt de omvang van de schade beoordeeld. In een tweede stap wordt beoordeeld of normaal gebruik de schade naar alle waarschijnlijkheid zal doen toenemen. Door deze splitsing zal de beoordeling gemakkelijker, duidelijker en betrouwbaarder worden.
De beoordelaar zal voor ieder object uit de steekproef de relevante schadevormen beoordelen als licht, matig of ernstig. Daarna wordt aangegeven of een boek gehanteerd kan worden zonder of met kans op toename van de schade.
Bij de beoordeling van de schades gaan we ervan uit dat een boek van buiten naar binnen bekeken wordt. Eerst de buitenkant: de band. Dan wordt het boek geopend en wordt gekeken of alle essentiële onderdelen nog vast zitten: de constructie. En vervolgens wordt het boekblok op schade beoordeeld.
In de ‘Schadeatlas archieven’[bib]828[/bib] vinden we de gangbare onderverdeling van schadevormen in band- en boekblokschade, chemische schade, mechanische schade, plaagschade en vochtschade. Deze werd voor UPLA niet overgenomen. Voor de eenvoud was het onvermijdelijk schadesoorten te groeperen.
Ook zijn schadesoorten bewust niet vermeld omdat zij in deze context niet van belang zijn. In totaal zijn er 24 schadesoorten gekozen voor registratie. Die vormen straks de basis voor het eindrapport van een UPLA-onderzoek.
De schadevormen die binnen UPLA worden geregistreerd zijn onderverdeeld in vier groepen:
- Stof
- Schadelijke reparaties / etiketten
- Losse delen
- Ontbrekende delen
- Vervormingen / niet passende band
- Beschadigde platkernen
- Beschadiging bekleding
- Rode rot
- Beschadigd beslag/sluitingen
- Schade hechting bladen en katernen
- Schade aanhechting platten
- Stof
- Schadelijke reparaties / etiketten
- Papier- en perkamentschade
- Vervilt papier
- Aan elkaar klevende bladen
- Verzuring boekblok
- Verzuring schutbladen
- Foxing
- Inkt- en/of kopervraat
- Metalen delen
- Schimmelschade
- Insectenschade
- Overige
In de volgende fase van het project krijgen de 24 geselecteerde schadevormen een duidelijke omschrijving, en wordt werk gemaakt van een publicatie die de schaderegistratie moet ondersteunen.

Een handleiding met foto’s (schadeatlas) zal voor iedereen die de schaderegistratie uitvoert een enorm hulpmiddel zijn om de schadebeelden goed en uniform te benoemen.