De Nederlandse Taalunie probeert Nederlands-Vlaamse samenwerking rond digitalisering van erfgoed te stimuleren. De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren heeft hierover nu een advies uitgebracht. De Vlaamse Erfgoedbibliotheek leverde een bijdrage door deelname aan een werkconferentie in juni 2012.

Het volledige advies vindt u in ons documentatie-overzicht. Hieronder de samenvatting.

Managementsamenvatting 'Waardeer Samenwerking'

Erfgoed wordt in toenemende mate digitaal ‘geboren’, toegankelijk gemaakt, gereproduceerd en in publiekstoepassingen verwerkt. Nederland en Vlaanderen hebben een gezamenlijk belang om de digitale (her)bruikbaarheid van het Nederlandstalig erfgoed te optimaliseren. Dat belang is onder meer gelegen in het feit dat een ruime online aanwezigheid van Nederlandstalig erfgoed goed is voor de positie van de Nederlandse taal op internet.

De Raad voor Nederlandse Taal en Letteren constateert in dit advies dat de organisatie van beheer, behoud en beschikbaarstelling van digitaal erfgoed zowel in als tussen Nederland en Vlaanderen niet goed geregeld is. Dat belemmert het gebruik, doet afbreuk aan het rendement van gedane investeringen en is inefficiënt: gedeelde bronnen worden dubbel gedigitaliseerd, voor vergelijkbare toepassingen worden dubbele voorzieningen gerealiseerd en schaarse kennis wordt niet voldoende gedeeld.

De Raad signaleert als belangrijkste knelpunten:

  1. De veelal projectmatige aanpak van digitalisering staat op gespannen voet met structurele behoeften. Het beheer van met projectgeld gerealiseerde voorzieningen en producten is op de lange termijn vaak niet goed geregeld. Beleids-, sturings- en financieringsinstrumenten zijn daar niet op toegesneden.
  2. Institutionele belangen overheersen. Onder andere bij gebrek aan structurele instellingsoverstijgende financiering, worden de afzonderlijke instellingen vooral afgerekend op hun individuele prestaties en niet of nauwelijks op de kwaliteit van de gemeenschappelijke resultaten. Dit zwakt de prikkels tot samenwerking af en vertraagt digitale innovatie, zoals de implementatie van persistente identificatie van digitale bronnen en het vrijgeven van digitale gegevens als open data.
  3. Waardecreatie is onvoldoende onderbouwd. De meerwaarde van het digitaal aanbieden van erfgoed wordt kwalitatief en kwantitatief onvoldoende aangetoond. Dit hangt nauw samen met de constatering dat digitalisering in veel gevallen vanuit een analoog denkkader wordt ingezet.
  4. Geschikte verdien- en businessmodellen zijn nog niet voorhanden. Ook hier geldt dat nog te zeer vanuit analoge concepten wordt gedacht. In de digitale wereld vervagen de scheidslijnen tussen wat al erfgoed is en wat het (wellicht) nog zal worden; tussen gebruiker en beheerder en in zekere zin ook tussen publiek en privaat. Dit noopt tot herschikking van rollen en verantwoordelijkheden en vertaling daarvan in andere verdienmodellen, die de basis kunnen leggen voor de financiering van structurele en/of gedeelde voorzieningen.

Oplossing van deze knelpunten vraagt om gewijzigd beleid, om de vervulling van belangrijke randvoorwaarden en om strategische inzet van middelen van de Nederlandse, de Vlaamse en de samenwerkende Nederlands-Vlaamse overheden.

Beleid

De meest basale verandering is het loslaten van bestaande analoge beleidskaders en het ontwikkelen van nieuwe beleidskaders en –instrumenten die uitgaan van en toepasbaar zijn op de digitale omgeving. Daarbij is samenwerking het kernbegrip. Instrumenten, rollen, functies en verantwoordelijkheden moeten daarop toegesneden worden en instellingen moeten worden beoordeeld op hun bijdrage aan samenwerkingsprojecten en gezamenlijke voorzieningen.

Een herijking van de beleidskaders vergt een langetermijnvisie. Gezien het gedeelde erfgoed, de gedeelde taal en de gezamenlijke belangen van Nederland en Vlaanderen ligt het voor de hand die visie samen te ontwikkelen of tenminste gedegen af te stemmen. In het belang van gebruikers, van doelmatige besteding van (publieke) middelen en van kwalitatief hoogstaande culturele voorzieningen is het zaak de samenhang tussen de diverse, soms grens- en/of sectoroverstijgende erfgoedcollecties te versterken, overlap te voorkomen en de aansluiting bij Europese ontwikkelingen te borgen. Centrale regie is gewenst, met name ten aanzien van het beheer van gemeenschappelijke digitale infrastructuren, effectieve kennisdeling en kwaliteitszorg. Verder moet vooral het erfgoedveld zelf in staat gesteld worden om te doen wat nodig is.
Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren Advies over Nederlands-Vlaams beleid voor het duurzaam beheren, behouden en beschikbaar stellen van Nederlandstalig digitaal erfgoed.

Randvoorwaarden

Zowel gebruikers als erfgoedinstellingen zijn gebaat bij versterking van een gedeelde digitale infrastructuur. Dat is voor een groot deel de verantwoordelijkheid van de instellingen zelf. De Nederlandse en Vlaamse overheden kunnen dit, zowel afzonderlijk als samen, bevorderen door bijvoorbeeld in subsidie- en financieringsvoorwaarden te sturen
op interoperabiliteit en standaardisatie.

Inzicht in de manier waarop digitaal erfgoed gebruikt wordt en wat bijpassende effectieve strategieën zijn, is noodzakelijk om de economische, maatschappelijke, wetenschappelijke en culturele waarde van digitaal erfgoed te kunnen vergroten. Ook om dat inzicht te verkrijgen is Nederlands-Vlaamse samenwerking zinvol en aanbevelenswaardig.

Een andere belangrijke randvoorwaarde voor groei en bloei van het digitale erfgoed is modernisering van de juridische kaders. Met name de wetgeving rondom intellectueel eigendom staat op gespannen voet met en is soms ronduit hinderlijk voor digitalisering van erfgoed als publieke opdracht. Om op dit vlak enig gewicht in de Europese schaal te kunnen leggen, is nauwe samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen aan te bevelen.
Als beleidsmakers en instellingen de analoge concepten loslaten en digitale beleidskaders omarmen, ontstaat onmiddellijk de behoefte aan nieuwe businessmodellen. Daarbij komt ook de vraag op waar de rol van de overheden ophoudt en die van het private domein begint. Ook op dit punt kan de Nederlands-Vlaamse samenwerking een vruchtbare bijdrage leveren aan innovatie in de erfgoedsector.

Middelen

De middelen voor digitalisering zijn in beide landen schaars en de ambitie van Europa op dit gebied is groot. Door de strategische inzet van middelen op gezamenlijke doelstellingen, kunnen Nederland en Vlaanderen ook bij de vorming en groei van digitale collecties samen meer bereiken dan alleen. Speciale aandacht dient daarbij uit te gaan
naar digital born informatie en cultuuruitingen, die veelal ontstaan buiten de erfgoedsector en die zonder de tijdige inzet van de juiste expertise geen lang leven beschoren zijn.