Openbare Bibliotheek Brugge start pigmentonderzoek voor een middeleeuwse miniatuur
05/03/2013
05/03/2013
Het materieel onderzoek van middeleeuwse handschriften bedient zich van een scala aan wetenschappelijke instrumenten. Zo levert fotografie (ultravioletopnames (UV) en infraroodlichtopnames (IR)) gegevens over ondertekeningen bij miniaturen. Op deze manier wordt duidelijk hoe een miniaturist een miniatuur opbouwde en of hij tijdens die opbouw de tekening bijstuurde. Ramanspectroscopie werkt met röntgenstraling en laat toe de gebruikte pigmenten in inkt, initialen en miniaturen te identificeren (vermiljoen, ultramarijn, azuriet, enz.). De eigen moleculaire verbinding voor elk pigment laat identificatie toe. Dit geldt niet voor metalen, en ook de diffuus aangebrachte bindmiddelen leveren wel eens identificatieproblemen op. Telkens gaat het om ‘niet-destructief’-onderzoek, waarbij materialiter niet op de objecten wordt ingegrepen. Er worden met andere woorden geen monsters genomen, hoe beperkt ook. Bovendien wordt de belichting bij de opnames tot een minimum beperkt.
Dit jaar start een eerste onderzoek in de Openbare Bibliotheek Brugge. Het gaat om een samenwerking van onze bibliotheek met de Artesis Hogeschool Antwerpen (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, afdeling Conservatie en Restauratie) en met de Raman Spectroscopy Research Group van de Universiteit Gent. Concreet betreft het een Masteronderzoek van Annabel Van Eester, onder leiding van docent Vincent Cattersel, ook verbonden aan het Koninklijk Instituut van het Kunstpatrimonium in Brussel. De opnames gebeuren door de Gentse Research Group onder leiding van prof. Peter Vandenabeele, die de voorbije jaren op dit vlak internationaal erkende expertise hebben opgebouwd.
Voorwerp van het onderzoek is handschrift 106 van de Openbare Bibliotheek. Dit Duinenhandschrift uit de late 15de eeuw bevat De civitate Dei (Over de stad Gods) van Augustinus (+ 430), één van de meest gezaghebbende boeken in de christelijke middeleeuwse wereld. Met name wordt gefocust op de miniatuur f.22r die Augustinus voorstelt als bisschop (mijter en staf) en leraar (boek), omgeven door religieuzen die hij onderwijst. Deze miniatuur wordt toegeschreven aan Willem Vrelant (+ 1481), één van de belangrijkste miniaturisten in Brugge in de 15de eeuw. Vrelant, afkomstig uit Utrecht, woonde en werkte in de Sint-Jorisstraat (op de plaats van de huidige kantoren van het Brugsch Handelsblad).
Volgend academiejaar staan handschrift 437 (Excellente cronicke van Vlaenderen, met aquarelminiaturen met de afbeelding van onder meer Maria van Bourgondië) en een cluster van vroege cisterciënzerhandschriften op het programma.