Sinds 2003 kunnen objecten of verzamelingen omwille van hun bijzondere archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis voor de Vlaamse Gemeenschap, erkend worden als topstuk. Enkel meesterwerken die beantwoorden aan strenge selectiecriteria komen op de topstukkenlijst. Werken die op deze lijst belanden, mogen het land niet verlaten zonder toestemming van de overheid. Bovendien komen ze in aanmerking voor een subsidieregeling voor een conserverende behandeling of restauratie.

Recent werden door de minister van cultuur verschillende objecten die bewaard worden in Vlaamse erfgoedbibliotheken 'voorlopig beschermd'. Zodra de 'definitieve bescherming' in het staatsblad verschijnt, worden ze aan de topstukkenlijst toegevoegd. Het gaat om objecten uit de bibliotheken van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet en de Universiteit Gent.

Koninklijk Conservatorium Antwerpen

  • Joannes de Gruijtters, Beiaardboek (1746):
    Dit autografische manuscript (zie afbeelding) van de Antwerpse stadsbeiaardier Joannes de Gruijtters is een unieke bron voor de beiaardpraktijk aan de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal en, in het algemeen, een bijzonder waardevolle bron voor de hand gespeelde profane beiaardmuziek uit de achttiende eeuw. De keuze van de werken en de verschillende manieren van adapteren aan de beiaard, zorgen voor een unieke, eigentijdse kijk op de nationale en internationale muziek van de eerste helft van de 18de eeuw. Bovendien wordt het repertoire uit de Gruijtters beiaardboek momenteel nog gespeeld, bewerkt en (gedeeltelijk) gepubliceerd.
  • Josse Boutmy, Troisième livre de pièces de clavecin (midden 18e eeuw):
    Klavecinist-componist Josse Boutmy, een schakelfiguur in een belangrijke dynastie van musici, was decennia lang toonaangevend in het Brussels religieuze en seculiere muziekleven. Als componist maakte hij vooral naam met zijn klavecimbelmuziek, waarin hij een eigen synthese maakt van Franse, Duitse en Italiaanse stijlkenmerken. Van zijn Troisième livre zijn nog slechts twee exemplaren bekend, waarvan dit als enige in Europa. Het betreft een zeldzaam exemplaar, essentieel voor de studie van de klaviermuziek in de Zuidelijke Nederlanden. De intekenlijst met 106 namen is belangrijk voor de kennis van de distributie en receptie van deze klavecimbelsuites die een bijzondere artistieke waarde hebben.
  • Henricus Glareanus, Dodecachordon (1547):
    Dit exemplaar van de Dodecachordon van de Zwitserse muziektheoreticus Henricus Glareanus is volstrekt uniek vanwege de talrijke eigenhandige annotaties, aanvullingen en correcties van de auteur. Vermits deze notities alleen in dit exemplaar voorkomen, zijn ze van cruciaal belang voor de studie van de evoluerende inzichten en theorieën van Glareanus, een van de belangrijkste muziektheoretici uit de renaissance (schakelfunctie).

Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet

  • George de la Hèle, Octo missae quinque, sex et septem vocum (1578):
    Dit exemplaar is het enige dat in Vlaanderen bewaard is gebleven. Het is een waardevol document voor de studie van het oeuvre van deze componist, dat voor het grootste deel is verloren gegaan. Deze druk is de eerste muziekdruk die in de Officina Plantiniana van de persen kwam en is een getuige van het technische meesterschap en de grafische perfectie van Plantins drukkersatelier. Het gaat om een van Christoffel Plantins zeldzame muziekdrukken, van topkwaliteit op muzikaal, typografisch en artistiek vlak. Vandaag is dit koorboek nog steeds van belang voor de studie van de muziektypografie.
  • Collectie beeldmotetten (16e eeuw):
    Beeldmotetten, ontstaan op het einde van de 16de eeuw, zijn een typisch Vlaams typografisch product van de contrareformatie. Drie disciplines worden in één samenhangend kunstwerk gebracht: een afbeelding, meestal een religieus onderwerp, door een inventor uitgewerkt; een meerstemmig lied op een Latijnse en religieus geïnspireerde tekst, door een componist aangeleverd; het geheel door een graveur in een koperplaat uitgestoken, vervolgens gedrukt en verspreid. Over de oplage en de verspreiding is niets bekend. De meeste bevinden zich in het Prentenkabinet van het Plantin-Moretusmuseum te Antwerpen, andere onder meer in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel en het Rijksprentenkabinet te Amsterdam. In de ontwikkeling van de muziektypografie in Vlaanderen vormen deze beeldmotetten een buitenbeentje en zijn ze, ook vanwege hun zeldzaamheid, een muzikaal en cultuur-historisch topstuk.

Universiteitsbibliotheek Gent

  • Orlandus Lassus, La fleur des chansons (1604):
    Deze verzameling met meerstemmige vocale composities (4, 5, 6 en 8 stemmen) kende eind 16de - begin 17de eeuw een bijzonder succes: getuige de vijf uitgaven die in Antwerpen verschenen bij Petrus II Phalesius. De stukken, verwerkt in vijf afzonderlijke stemboekjes, zijn intern geordend naar modus (toongeslacht) wat er op zou kunnen wijzen dat ze voor amateurs of voor het muziekonderricht waren bedoeld. Muzikaal-inhoudelijk biedt de verzameling een staalkaart van de meest populaire wereldlijke composities van Lassus die, lang na zijn dood, graag werden gezongen. Van deze druk bestaan maar twee volledige exemplaren, waarvan één in de Gentse universiteitsbibliotheek. Het bijzondere van het Gentse exemplaar is dat bij die vijf stemboeken nog vier andere gedrukte Antwerpse Phalesiusdrukken zijn ingebonden. Deze unieke convoluut geeft een uitstekend inzicht in de muzikale belangstelling van het begin van de 17de eeuw.