Johan Huizinga in 1904 afgewezen door de KB Den Haag
25/03/2011
25/03/2011
Nederlands beroemdste historicus Johan Huizinga solliciteerde in 1904 naar de functie van conservator van de afdeling Handschriften van de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag. In die functie zou hij ook onderbibliothecaris van de KB zijn geworden, maar de kandidatuur werd niet aanvaard. Dat onthulde de Belgische historicus Jo Tollebeek in de lezing die hij gisteren als fellow van de KB en het NIAS onder de titel Mannen van karakter: de wording van de moderne geesteswetenschappen uitsprak. De lezing is vanaf nu als MP3 te downloaden.
In zijn beoordeling van de kandidaturen toonde de bibliothecaris van de KB, Willem Byvanck (1847 – 1925), grote waardering voor Huizinga, die op dat moment behalve leraar ook privaatdocent in de oudheid- en letterkunde van Voor-Indië aan de Universiteit van Amsterdam was. Maar het ontbrak hem aan de nodige deskundigheid, aldus Byvanck: ‘Dr. J. Huizinga, leeraar aan de H.B.S. te Haarlem, mag zeker om zyn, door allen erkende, uitstekende gaven, zyn uitgebreide taal- en geschiedkennis, zyn liefde voor kunst en ook om zyn persoonlykheid, aan het hoofd van alle voorgaanden [voorgaande kandidaten] gesteld worden; maar ook hy mist de speciale ervaring.’
Huizinga zou in 1905 tot hoogleraar geschiedenis aan de Groningse universiteit worden benoemd. Nog eens veertien jaar later zou zijn formidabele Herfsttij der Middeleeuwen verschijnen. Met Byvanck bleef de relatie overigens goed: Huizinga vond hem ‘een curieus mensch’.