‘De spreekwoordelijke druppel’: een advies aan de nieuwe minister
17/10/2014
17/10/2014
Op het 'Groot Onderhoud' presenteerde de voorzitter van de Adviescommissie Cultureel Erfgoed een 'landschapstekening'. Hierin wordt het cultureel-erfgoedveld in Vlaanderen dat via het Cultureel-erfgoeddecreet gesubsidieerd wordt geschetst. Vooral de pijnpunten van de sector en die van de erfgoedbibliotheken werden scherp in de verf gezet.
In 'De spreekwoordelijke druppel' wordt een analyse gemaakt van de evoluties van de voorbije vijf jaar en worden aansluitend aanbevelingen voor de toekomst geformuleerd. De kern van het verhaal is dat de huidige onderfinanciering en uitholling van de werking van de sector hoognodig een halt moet worden toegeroepen. Tegelijkertijd moet er vanuit Vlaanderen herstel én versterking komen van de ondersteuning. De adviescommissie (waarvan Eva Wuyts, coördinator van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek ook deel uitmaakt), waarschuwt dat de verwezenlijkingen uit de voorbije tien jaar geleidelijk verloren zullen gaan als hier geen gevolg aan wordt gegeven.
Het cultureel-erfgoedlandschap is de voorbije 15 jaar ingrijpend veranderd. De Vlaamse overheid speelde daarbij een belangrijke rol als facilitator. Voor de ondersteuning van cultureel-erfgoedorganisaties tonen de opeenvolgende decreten een evolutie van individuele sectoren met een eigen decretale logica, naar een consistent verhaal dat de zorg voor en de ontsluiting van het cultureel erfgoed centraal stelt. Door de uitbouw van een instrumentarium voor een krachtdadig beleid nam de Vlaamse overheid een belangrijke verantwoordelijkheid ten opzichte van het cultureel erfgoed.
De adviescommissie uit in de landschapstekening haar bezorgdheid over de recente heroriëntering van de rol van de provincies, van intermediaire organisaties en van de Vlaamse overheid zelf. Deze organisaties spelen een cruciale rol in het cultureel-erfgoedveld in zijn huidige vorm. Wanneer deze operatie onvoldoende doordacht gebeurt, is er een reële kans op onherstelbare schade aan het netwerk dat de voorbije tien jaar zorgvuldig uitgebouwd is.
Daarnaast stelt de Adviescommissie vast dat de Vlaamse overheid wel een kwalitatief beleidskader uitbouwt, maar dat de financiële middelen voor de uitvoering van dit beleid nog te vaak achterwege blijven. De opeenvolgende decreten sturen aan op een steeds verdergaande professionalisering, waardoor ook de verwachtingen almaar hoger stijgen.
Ook erfgoedbibliotheken komen in de landschapstekening aanbod. Volgens 'De spreekwoordelijke druppel' moet voor hen de mogelijkheid van indeling bij en subsidiëring door het Vlaamse niveau voorzien worden. Wanneer dit op korte termijn niet mogelijk blijkt, moet er hier een duidelijke visie op ontwikkeld worden, gekoppeld aan een tijdspad en verdere overgangsmaatregelen.
Voor wat het kwaliteitslabel betreft stelt de tekst dat de inhaalbeweging van erfgoedbibliotheken en culturele archiefinstellingen maar moeizaam verloopt. De lat ligt hoog voor organisaties waar de erfgoedwerking vaak niet de hoofdactiviteit is en niet altijd in verhouding staat tot de waarde van de collectie. Het kwaliteitslabel moet een katalysator zijn, maar voor deze organisaties bestaat het gevaar dat het begint te werken als een ontmoedigende drempel. De Adviescommissie vindt dat er een evaluatie zou moeten gebeuren om te evalueren of de decretale criteria voldoende aangepast zijn aan de eigenheid van culturele archiefinstellingen en erfgoedbibliotheken.
Dringend is ook een duidelijke en overkoepelende visie van de overheid en de sector op de verschillende aspecten van de digitaliseringsproblematiek, volgens het document. Dit omvat alle aspecten van digitaal erfgoed, bijvoorbeeld ook de aandacht voor born digital publicaties, metadata en de problematiek van open data, auteursrechten …
De volledige tekst en een samenvatting van de voornaamste bevindingen vindt u op de website van Kunsten en Erfgoed. Het rapport is ook opgenomen in ons documentatie-overzicht.